Situatiegericht

Wanneer u met asbest te maken heeft, kunnen hieraan regels verbonden zijn. Welke wet- en regelgeving er voor u geldt, hangt af van de vraag of u in het kader van beroep of bedrijf of als particulier met asbest omgaat. Ook is het afhankelijk van de situatie en de handelingen die door u worden verricht.

Actuele beleidsinformatie zoals een brief aan de tweede kamer of een nieuwe regeling van het ministerie van VROM is als download bestand hier te vinden. Het is echter een selectie uit de beleidsdocumenten van het Ministerie van VROM waarover regelmatig bij de telefonische helpdesk van InfoMil vragen worden gesteld. Hierdoor vind u hier niet alle asbestregelgeving en informatie van het ministerie van VROM.

Voor de volledige wetteksten en andere regelgeving wordt u verwezen naar www.overheid.nl

Voor praktische handhavingsdocumenten kunt u raadplegen het dossier asbest op www.infomil.nl


Verwijderen en sloop
Voor het verwijderen van asbest uit bouwwerken, objecten maar ook na een incident, bevat het huidige Asbestverwijderingsbesluit 2005 voorschriften. Dit besluit geeft geen regels voor het verwijderen van asbest als er geen sprake is van een bouwwerk of een object. Brand, stormschade, vandalisme of illegale sloop valt nu ook onder het Asbestverwijderingsbesluit 2005.
Het is sinds 1 januari 2000, op basis van het Besluit asbestwegen Wms, verboden om een asbesthoudende weg voorhanden te hebben. Onder weg wordt in het Besluit verstaan een weg, een pad of een erf, alsmede andere grond die bestemd is om door rij en ander verkeer gebruikt te worden. Wanneer er meer dan 100 mg/kg gewogen (serpentijnconcentratie vermeerderd met tienmaal de amfiboolconcentratie) in een weg zit is de eigenaar verplicht een melding te doen bij de Minister en maatregelen te nemen die strekken tot het tegengaan van blootstelling van gebruikers van die weg aan asbest. De VROM-inspectie ziet toe op de handhaving van het Besluit asbestwegen Wms. Met ingang van 1 mei 2006 is het telefonisch en digitaal Meldpunt Asbest geopend voor het melden van asbestwegen en bodemverontreiningen.
Asbest in de (water)bodem is een probleem dat steeds vaker voorkomt in Nederland. Sinds 3 maart 2004 wordt het landelijk kader voor een belangrijk deel gevormd door de Beleidsvernieuwing bodemsanering. Hierin is onder andere de interventiewaarde bodemsanering en de restconcentratienorm voor asbesthoudende bulkmaterialen definitief vastgesteld. De interventiewaarde bodemsanering zal verder verankerd worden in de relevante milieuregelgeving. De restconcentratienorm is vastgelegd in het Productenbesluit asbest en de Regeling bodemkwaliteit. De provincies en aangewezen gemeenten zijn bevoegd gezag voor ernstige bodemverontreiniging met asbest.
Voor een bestaande situatie, bijvoorbeeld een gebouw waarin asbest rond de jaren '70 is verwerkt, gelden regels. Verder zijn bijvoorbeeld ook regels gesteld aan de handel in en de opslag van oude restpartijen asbesthoudende producten. Het Productenbesluit asbest en de Regeling bouwbesluit 2003 zijn hierop van toepassing.
Onder een asbestincident wordt verstaan de verspreiding van asbest door brand, stormschade, vandalisme en illegale sloop. Voor het opruimen van de asbestresten is het Asbestverwijderingsbesluit 2005 van toepassing. Op het opruimen van zwerfasbest is dit besluit niet van toepassing.




Verwijderen en sloop

Voor het verwijderen van asbest uit bouwwerken, objecten maar ook na een incident, bevat het huidige Asbestverwijderingsbesluit 2005 voorschriften. Dit besluit geeft geen regels voor het verwijderen van asbest als er geen sprake is van een bouwwerk of een object. Brand, stormschade, vandalisme of illegale sloop valt nu ook onder het Asbestverwijderingsbesluit 2005.


Bij koninklijk besluit (staatsblad 2006 nr. 87) is het Asbestverwijderingsbesluit 2005 (staatsblad 2005, nr. 704) op 1 maart 2006 in werking getreden. Op 28 juli 2006 is het besluit gewijzigd (staatsblad 2006, nr 348). De aanleiding is het invoegen van de risicoclassificatie in het Arbeidsomstandighedenbesluit met betrekking tot het verwijderen van asbest. Met het in werking treden van het Asbestverwijderingsbesluit 2005 is het "oude" Asbest-verwijderingsbesluit ingetrokken.

In het besluit staan voorschriften met betrekking tot inventarisatie en het verwijderen van asbest. Deze voorschriften werken rechtstreeks. Alleen een aantal specifieke voorschriften uit het Asbestverwijderingsbesluit 2005 die gelden voor het verwijderen van asbest uit bouwwerken zullen worden opgenomen in de gemeentelijke bouwverordening. Tot die tijd hebben deze voorschriften een rechtstreekse werking. Op dit moment is bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) de wijziging van de modelbouwverordening in voorbereiding. De Gemeente is het bevoegd gezag voor de handhaving. Zo moet er voor het verwijderen van asbest uit een gebouw eerst toestemming gevraagd worden aan Burgemeester en Wethouders.

Voor het verwijderen van asbest uit een object is de VROM-inspectie is het bevoegd gezag. Objecten zijn alle constructies, installaties, apparaten of transportmiddelen, die geen bouwwerk zijn en geen onderdeel uitmaken van een bouwwerk, dat wil zeggen niet aard- en nagelvast met het betreffende bouwwerk verbonden zijn. Hierbij kan tevens worden gedacht aan personenauto's, vrachtwagens, treinstellen, trams, vaartuigen en onderdelen van vaartuigen (bijvoorbeeld machinekamer,
lieren). De definitie voor object zoals deze is opgenomen in het Asbestverwijderingsbesluit 2005 is: een constructie, installatie, apparaat of transportmiddel, niet zijnde een bouwwerk.

Wijzigingen als gevolg van het Asbestverwijderingsbesluit 2005 ten opzichten van het oude besluit zijn o.a.:

  • De structuur: Het besluit heeft een geheel nieuwe structuur. Het bevat een algemeen deel die van toepassing is op het verwijderen van asbest uit objecten en bouwwerken en een specifieker deel voor alleen bouwwerken. De voorschriften gericht tot opdrachtnemers (zoals aannemers) zijn nu opgenomen in het Arbeidsomstandighedenbesluit. Voorschriften gericht tot particulieren en opdrachtgevers zijn opgenomen in het Asbestverwijderingsbesluit 2005. Hiermee is beter onderscheid gemaakt tussen wat geregeld wordt in de arbo-regelgeving (SZW) en wat in het Asbestverwijderingsbesluit 2005 zelf geregeld wordt (VROM).
  • Particulieren: De uitzonderingen voor het verwijderen van asbest door particulieren uit de eigen woning of bijbehorende schuur staan nu in het Asbestverwijderingsbesluit 2005 (artikel 4).
  • Asbestinventarisatieplicht: Het bevoegd gezag inzake sloopvergunningen heeft niet meer de mogelijkheid om zelf een uitzondering te maken op de asbestinventarisatieplicht. Een inventarisatierapport van een gecertificeerd inventarisatiebedrijf behoort dus aanwezig te zijn indien wordt gesloopt of gedemonteerd en de opdrachtgever weet of redelijkerwijs kan weten dat zich in het bouwwerk of object asbest of een asbesthoudend product bevindt. Dit zal leiden tot een verkleining van het aantal gevallen waarin geen asbestinventarisatierapport is opgemaakt en tot betere borging van selectieve sloop. In artikel 4 van het besluit staan de situaties genoemd die van de inventarisatieplicht worden uitgezonderd. In het inventarisatierapport behoort de risicoklasse te staan waaronder de saneringswerkzaamheden uitgevoerd worden.
  • Certificatie: de certificatiestructuur is gewijzigd en de certificatieverplichting voor asbestinventarisatiebedrijven en asbestsaneringsbedrijven is overgeheveld naar het Arbeidsomstandighedenbesluit. Kijk voor meer informatie op www.ascert.nl.
  • Opdrachtverlening: De opdrachtgevers van een sloop hebben een duidelijke verantwoordelijkheid gekregen zij zijn verplicht gebruik te maken van gecertificeerde inventarisatie- en saneringsbedrijven. In het besluit staan de specifieke gevallen genoemd waar een uitzondering op van toepassing is.
  • Verschil in strafmaat: Hoewel op grond van het Asbestverwijderingsbesluit 2005 nog steeds een verschil bestaat in de strafmaat voor overtreding van de, krachtens artikel 10, met betrekking tot bouwwerken gegeven voorschriften en de ingevolge van dit besluit voor objecten geldende voorschriften, is dit verschil aanzienlijk kleiner dan in het oude Asbest-verwijderingsbesluit. (arikel 11 Asbestverwijderingsbesluit 2005 juncto artikel 110 2e lid van de Woningwet)
  • Melden van de sloopwerkzaamheden: De houder van de sloopvergunning moet minstens één week voorafgaande aan de asbestsaneringswerkzaamheden Burgemeester en wethouders schriftelijk op de hoogte stellen van de data en tijdstippen waarop het slopen van asbest of asbesthoudende producten zal plaatsvinden (artikel 10).

Asbestverwijderingsbesluit 2005 en de risicogerichte classificatie van werkzaamheden met asbest.

Gelijktijdig met het wijzigen van het Arbeidsomstandighedenbesluit is op 28 juli 2006 ook het Asbestverwijderingsbesluit 2005 en het Productenbesluit asbest gewijzigd. Meer asbestsaneringswerkzaamheden mogen nu uitgevoerd worden door een bedrijf dat niet-gecertificeerd is. Het zijn werkzaamheden met een laag risico, die ingedeeld worden in risicoklasse 1. Werkzaamheden met een hoger risico ( risicoklasse 2 en 3) moeten wel uitgevoerd worden door een gecertificeerde asbestverwijderaar.

Voorafgaand aan de sloop moet, op een aantal specifieke uitzonderingen na zoals vermeld in het Asbestverwijderingsbesluit 2005, altijd een asbestinventarisatierapport worden opgesteld. In welke risicoklasse de werkzaamheden worden ingedeeld bepaald het gecertificeerde asbestinventarisatiebureau tijdens deze asbestinventarisatie. De indeling is bepalend of de werkzaamheden worden uitbesteed aan een gecertificeerd bedrijf of dat de werkzaamheden uitbesteed mogen worden aan een niet gecertificeerd bedrijf. Na afloop van werkzaamheden die vallen in de risicoklassen 2 en 3 moet een eindbeoordeling plaatsvinden door een geaccrediteerd/gecertificeerd (inspectie)laboratorium. Dit is niet verplicht voor werkzaamheden die vallen onder risicoklasse 1. In de arboregelgeving staan de specifieke eisen voor de werkzaamheden met asbest.

In de sloopvergunning wordt opgenomen dat de werkzaamheden die vallen binnen risicoklasse 2 en 3 uitgevoerd moeten worden door een gecertificeerd asbestverwijderingsbedrijf en als de werkzaamheden vallen binnen risicoklasse 1 deze werkzaamheden uitgevoerd mogen worden door een niet-gecertificeerd bedrijf.


Wegen

Het is sinds 1 januari 2000, op basis van het Besluit asbestwegen Wms, verboden om een asbesthoudende weg voorhanden te hebben. Onder weg wordt in het Besluit verstaan een weg, een pad of een erf, alsmede andere grond die bestemd is om door rij en ander verkeer gebruikt te worden. Wanneer er meer dan 100 mg/kg gewogen (serpentijnconcentratie vermeerderd met tienmaal de amfiboolconcentratie) in een weg zit is de eigenaar verplicht een melding te doen bij de Minister en maatregelen te nemen die strekken tot het tegengaan van blootstelling van gebruikers van die weg aan asbest. De VROM-inspectie ziet toe op de handhaving van het Besluit asbestwegen Wms. Met ingang van 1 mei 2006 is het telefonisch en digitaal Meldpunt Asbest geopend voor het melden van asbestwegen en bodemverontreiningen.


Asbestwegen
Meldpunt Asbest

Subsidie

Asbestwegen

Omdat aannemelijk is dat het gebruik van met asbestafval verharde wegen en erven ten minste één geval van mesotheliom* heeft veroorzaakt in de regio Twente zijn medio 1999 met spoed maatregelen genomen. Hierdoor werd het in eigendom hebben van een asbestweg verboden op basis van de (spoed) Regeling asbestwegen Wms (stcrt. 1999 nr. 28). Het besluit asbestwegen Wms (stb. 2000, nr. 374) vervangt deze regeling en is op 1 januari 2000 in werking getreden.

Het verbod op basis van artikel 2 van dit besluit geldt voor alle asbestwegen in Nederland. Uitgezonderd zijn een weg, waarvan de eigenaar heeft aangetoond dat de concentratie asbest in die weg lager is dan 100 mg/kg gewogen (serpentijnconcentratie vermeerderd met tienmaal de amfiboolconcentratie) maar ook een weg die voor 1 juli 1993 is aangebracht en waarvan het asbest is afgeschermd door een verharding die geen asbestbevat. De Regeling nadere voorschriften asbestwegen (stcrt. 2000 nr. 190) is van toepassing op asbestwegen die behoren tot verkeersklasse 1 of 2a en is geeft een nadere invulling van het Besluit asbestwegen Wms.

Een weg wordt beschouwd als een object. Op het verwijderen van objecten is het Asbestverwijderingsbesluit 2005 van toepassing. In het Asbestverwijderingsbesluit 2005 wordt een asbestweg uitgezonderd van de asbestinventarisatieplicht (artikel 4 lid 1c) en de verplichting een gecertificeerde asbestverwijderaar de werkzaamheden te laten uitvoeren. In het Besluit Asbestwegen Wms is het onderzoek naar de weg geregeld. En geldt voor het verwijderen van de weg wel het sloopregime uit het Arbeidsomstandighedenbesluit.

In het Besluit asbestwegen Wms is ook een meldingsplicht op genomen. De eigenaar die weet of had kunnen weten dat hij een asbestbevattende weg voorhanden heeft dient dit te melden bij de Minister. Welke gegevens behoren te worden verstrekt zijn te vinden in artikel 5 van dit besluit. Deze melding kan gedaan worden via het Meldpunt Asbest.

Meldpunt Asbest

Vanaf 1 mei 2006 is een telefonisch en digitaal meldpunt Asbest geopend. Het meldpunt is de geautomatiseerde doorgeleiding van meldingen aan provincie, gemeente of VROM-inspectie. De frontoffice van het meldpunt bestaat uit een digitaal formulier en een kosteloos telefoonnummer 0800-MELDASBEST of 0800-6353272. Het telefoonummer is gedurende kantooruren bereikbaar en wordt beantwoord door medewerkers van SenterNovem die de melding overnemen op het digitale formulier. Deze medewerkers hebben kennis van de asbestproblematiek en kunnen eventuele vragen beantwoorden.

Met een landelijk meldpunt geeft de overheid burgers de gelegenheid om het (vermoeden van) voorkomen van asbest in wegen en bodem centraal en laagdrempelig te kunnen melden. Daarnaast kan met een landelijk meldpunt het bevoegd gezag gefaciliteerd worden bij inventarisatie van situaties waarbij asbest ongecontroleerd in het milieu aanwezig is of dreigt te komen.

Het meldpunt is primair ingericht om het voorkomen van asbestwegen te melden, waarbij het in beginsel niet relevant is of de betreffende weg (in potentie) onder de Saneringsregeling asbestwegen valt. Daar asbest echter ook regelmatig in bodem voorkomt en het onderscheid tussen (asbest aanwezig in) wegen en erven enerzijds en (asbest aanwezig in) bodem anderzijds niet altijd even duidelijk te maken valt, is besloten het meldpunt niet alleen in te stellen voor asbestwegen, maar ook voor asbestbodemverontreiniging. Indien meldingen ontvangen worden van het voorkomen van asbest buiten de genoemde reikwijdte (hierbij valt te denken aan bouwwerken en illegale dempingen), zullen ook deze meldingen op zorgvuldige wijze behandeld worden om onnodig doorverwijzen te voorkomen.

Subsidie

Uit onderzoek van Erasmus MC naar niet-beroepsgebonden mesothelioomslachtoffers* is gebleken dat er ten gevolge van de aanwezigheid van asbestwegen in de regio Goor gemiddeld twee slachtoffers per jaar vallen. Daarom heeft het ministerie van VROM ervoor gekozen om een aanvullende inventarisatie naar het voorkomen van asbestwegen in de regio's Goor en Harderwijk uit te voeren. Als uit deze inventarisatie blijkt dat er nog veel niet-gesaneerde dan wel nog niet voor sanering aangemelde asbestwegen aanwezig zijn, zal naar verwachting VROM opnieuw op vergelijkbare wijze als de Saneringsregeling asbestwegen tweede fase subsidie verstrekken om deze wegen te saneren. Ook bij de uitvoering van deze eventuele aanvullende sanering zal zoveel mogelijk op de uitvoering van de huidige saneringsregeling worden aangesloten.

De aanmeldperiode voor een nieuwe subsidieregeling is sinds 30 juni 2006 gesloten. Een nieuwe saneringsregeling is op dit moment in voorbereiding. Via het meldpunt asbest konden bepaalde eigenaren (particulieren, bedrijven, instellingen) van asbesthoudende wegen en erven zich aanmelden voor een gesubsidieerde maatregel om deze te laten saneren. Het ging om net als voorgaande saneringsregelingen om eigenaren in de regio's rond de voormalige asbestfabrieken in de gemeenten het Hof in Twente (Overijssel) en Harderwijk (Gelderland). In het gebied rond de voormalige asbestfabrieken zijn plattelandswegen, paden en erven in het verleden verhard met restmateriaal van deze fabrieken.

*Mesotheliom is een vorm van kanker die uitsluitend met asbest in verband wordt gebracht.

 

Bodem en puingranulaat

Asbest in de (water)bodem is een probleem dat steeds vaker voorkomt in Nederland. Sinds 3 maart 2004 wordt het landelijk kader voor een belangrijk deel gevormd door de Beleidsvernieuwing bodemsanering. Hierin is onder andere de interventiewaarde bodemsanering en de restconcentratienorm voor asbesthoudende bulkmaterialen geregeld. Inmiddels is de interventiewaarde bij bodemsanering voor asbest in grond verankerd in de circulaire bodemsanering. De hergebruikswaarde voor asbest in grond, baggerspecie en bouwstoffen is vastgelegd in het Productenbesluit asbest en de Regeling bodemkwaliteit. De provincie en enkele aangewezen gemeenten zijn bevoegd gezag voor ernstige bodemverontreiniging met asbest.

Met ingang van 1 mei 2006 is het telefonische en digitale Meldpunt Asbest geopend voor het melden van bodemverontreinigingen met asbest en asbestwegen. Klik voor meer informatie over het Meldpunt Asbest of kijk op www.senternovem.nl/meldasbest.


De landelijke normen die voor asbest in grond, bodem en puingranulaat van toepassing zijn vastgesteld op 100 mg/kg gewogen (serpentijnconcentratie vermeerderd met tienmaal de amfiboolconcentratie). De interventiewaarde en hergebruikswaarde voor asbest zijn opgenomen in de circulaire bodemsanering en de Regeling bodemkwaliteit.

Protocollen voor (water)bodemonderzoek

Bij het uitvoeren van (water)bodemonderzoek zijn de volgende normdocumenten aangewezen in het Productenbesluit asbest (Stb. 2005, nr 6) en de bijbehorende Productregeling asbest (stcrt. 25 februari 2005, nr. 40):

  • NEN 5707: Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem (voor grond < 20% bodemvreemd materiaal)
  • NEN 5897: Monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat (voor bodem en puingranulaat met > 20% bodemvreemd materiaal)
  • NTA 5727: Bodem - Monsterneming en analyse van asbest in waterbodem en baggerspecie (waterbodem en baggerspecie)
  • NEN 5896: Kwalitatieve analyse van asbest in materialen met polarisatiemicroscopie (overige en materialen)

De normdocumenten zijn te downloaden vanaf de website van NEN.

Voor het uitvoeren van bodemonderzoek naar asbest in de grond geldt bovendien sinds 1 juli 2007 de verplichting dat de veldwerkzaamheden moeten worden uitgevoerd door een bedrijf en persoon die op grond van het Besluit bodemkwaliteit erkend is voor de BRL SIKB 2000 (Veldwerk milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek) en het onderliggende protocol 2018 (Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem). Welke bedrijven en personen erkend zijn, is terug te vinden op de website van Bodem+.

Risicobeoordeling van een bodemverontreiniging met asbest

In de circulaire bodemsanering 2006, zoals gewijzigd per 1 oktober 2008 (stcrt. 10 juli 2008, nr. 131) is in bijlage 3 het Milieuhygiënisch Saneringscriterium Bodem, Protocol Asbest opgenomen. Met het protocol asbest kan worden bepaald of er sprake is van onacceptabele risico's ten gevolge van de aanwezigheid van bodemverontreiniging met asbest en in hoeverre saneringsmaatregelen (op korte termijn) moeten worden getroffen. Voor meer informatie over de circulaire bodemsanering, wordt verwezen naar de website van Bodem+.

Het protocol asbest is alleen van toepassing op historische (water)bodemverontreiniginging met asbest, waarbij asbest aanwezig is in een gehalte boven de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. (gewogen (serpentijnconcentratie vermeerderd met tienmaal de amfiboolconcentratie). Het protocol heeft dus geen betrekking op niet historische gevallen van bodemverontreiniging (zogenaamde nieuwe gevallen die zijn ontstaan voor 1987) die op basis van de zorgplicht gesaneerd dienen te worden. Nieuwe gevallen van bodemverontreiniging dienen (ongeacht het asbestgehalte) voor zover redelijkerwijs mogelijk is volledig verwijderd te worden.

In het protocol asbest is middels een stappenschema aangegeven hoe vastgesteld kan worden of wel of geen sprake is van onaanvaardbare risico's. Of sprake is van (on)aanvaardbare risico's is afhankelijk van de asbestconcentratie, hechtgebondenheid, huidige of toekomstig gebruik van de locatie en de aanwezige bodembedekking. Indien spraks is van onaanvaardbare risico's dienen spoedig saneringsmaatregelen te worden getroffen. Het bevoegd gezag Wet bodembescherming (Wbb) legt in de beschikking vast binnen welke termijn (maar uiterlijk binnen vier jaar) moet zijn gestart met de sanering. Ook kan het bevoegd gezag tijdelijke beveiligingsmaatregelen (bijvoorbeeld het plaatsen van een hekwerk om de locatie) opleggen in de beschikking. Indien sprake is van aanvaardbare risico's bij het huidig of voorgenomen gebruik van de locatie is geen directe saneringsnoodzaak. Wel dient de verontreiniging kadastraal te worden geregistreerd en kan het bevoegd gezag Wbb voorschrijven om beheermaatregelen op te leggen. Daarbij kan gedacht worden aan het opleggen van gebruiksbeperkingen en de verplichting om wijzigingen in het gebruik te melden.

Het protocol asbest is gebaseerd op de door RIVM en TNO ontwikkelde systematiek voor risicobeoordeling van bodemverontreiniging met asbest (‘Beoordeling van de risico's van bodemverontreiniging met asbest'). Dit rapport uit 2003 dient als nadere onderbouwing van de huidige restconcentratienorm en interventiewaarde bodemsanering voor asbest(houdende bulkmaterialen). Het niveau van de interventiewaarde is gelegd op het niveau van het verwaarloosbaar risiconiveau (VR), terwijl voor de overige bodemverontreinigende stoffen de interventiewaarde zijn vastgelegd op het niveau van het maximaal toelaatbaar risico (MTR). De reden hiervoor is dat bij bodemverontreiniging door asbest het moeilijk is een goede eenduidige relatie te leggen tussen het gehalte in de bodem en de risico's voor de gezondheid van mensen. Ook sluit de vastgestelde norm goed aan op de arbo-regelgeving. Besloten is geen streefwaarde voor asbest in te voeren omdat de interventiewaarde zich reeds op het niveau van het VR bevindt en de locale overheid in de toekomst meer vrijheid krijgt om de kwaliteit van de bodem na een saneringsoperatie te bepalen.

Hergebruik van asbesthoudende grond, baggerspecie en bouwstoffen

Vanaf 1 januari 2008 is het Besluit bodemkwaliteit gefaseerd in werking getreden. Om de bodem en het oppervlaktewater te beschermen tegen mogelijke verontreinigingen, stelt het Besluit bodemkwaliteit randvoorwaarden aan de toepassingsmogelijkheden van steenachtige bouwstoffen zoals beton, asfalt en bakstenen. Het onderdeel grond en baggerspecie van het Besluit bodemkwaliteit regelt hoe en waar grond en baggerspecie met een bepaalde kwaliteit mag worden toegepast. Voor toepassingen van grond en baggerspecie op de waterbodem is het Besluit per 1 januari 2008 in werking getreden. Voor toepassingen van grond, baggerspecie en bouwstoffen op de landbodem, is het Besluit in werking getreden op 1 juli 2008. Voor meer informatie over het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit verwijzen wij u naar het kennisplein Besluit bodemkwaliteit op de website van Bodem+.

In de regeling bodemkwaliteit zijn zowel voor toepassingen van bouwstoffen, grond en baggerspecie op de landbodem of waterbodem zogenaamde maximale (samenstellings)waarden vastgesteld.

Een nieuwe genormeerde stof voor bouwstoffen is asbest. Voor de meeste bouwstoffen geldt dat deze geen asbest zullen bevatten. Voor deze bouwstoffen geldt een nul-eis voor de samenstellingswaarde conform het Productenbesluit asbest. In dit besluit staat dat een nul-eis geldt, behalve voor producten waaraan geen asbest opzettelijk is toegevoegd en waarvan de gewogen concentratie (serpentijnasbest, vermeerderd met tienmaal de concentratie amfiboolasbest) niet hoger is dan 100 mg/kg d.s. Voor dergelijke producten zou een absolute nul-eis het hergebruik onmogelijk maken. Bij een aantal bouwstoffen kan het voorkomen dat ze onopzettelijk een geringe concentratie asbest bevatten. Het gaat dan met name om bouwstoffen als AVI-bodemas, BSA-granulaten, geïmmobiliseerde grond en vormgegeven producten die BSA-granulaat of grond als grondstof gebruiken.

Ook voor toepassingen van grond en baggerspecie op de land- en de waterbodem is de maximale waarde voor asbest vastgelegd op 100 mg/kg d.s. (gewogen), mits het asbest niet opzettelijk aan de partij grond of baggerspecie is toegevoegd.

Overige informatie

In september 2005 is de VROM "Handreiking mobiel reinigen, opslag en transport asbesthoudende bulkmaterialen verschenen. De handreiking heeft tot doel provincies en gemeenten een (uniform) toetsingskader te bieden voor mobiel reinigen, opslag en transport van asbesthoudende bulkmaterialen. Op basis van deze handreiking kunnen zij eigen regels opstellen dan wel aanpassen op het gebied van mobiel reinigen, tijdelijke opslag en transport van asbesthoudende bulkmaterialen (zoals grond, puingranulaat en baggerspecie). De handreiking is te downloaden via www.vrom.nl/asbest > publicaties.

In maart 2006 is het eindrapport "Asbest in kaart" verschenen. Het betreft een in opdracht van SenterNovem/Bodem+ uitgevoerde Historisch onderzoek naar de geschiedenis en omvang van de productie, toepassing en verwerking van asbesthoudende materialen in Nederland. Meer informatie en het rapport zelf is te vinden op de website van Bodem+ (http://www.senternovem.nl/Bodemplus/downloads/bosa/asbestinkaart.asp).

Gegevens over (trends van) het reinigen en storten van met asbest verontreinigde grond alsmede een overzicht van reinigers en stortplaatsen kunt u terugvinden op de website van Bodem+ in dossier bodemsanering.

Op de website van Bodem+ kunt u meer informatie vinden en de onderstaanden publicaties downloaden:

Besluit bodemkwaliteit (stb. 3 december 2007, nr. 469. pdf, 431,67 Kb) ga naar dossier besluit bodemkwaliteit

Regeling bodemkwaliteit (stcrt. 20 december 2007, nr. 247.pdf, 1,60 Mb), ga naar dossier besluit bodemkwaliteit

Circulaire bodemsanering 2006, zoals gewijzigd per 1 oktober 2008 (stcrt. 10 juli 2008, nr. 131) ga naar dossier bodembeleid

Bestaande situatie asbest

Voor een bestaande situatie, bijvoorbeeld een gebouw waarin asbest rond de jaren '70 is verwerkt, gelden regels. Verder zijn bijvoorbeeld ook regels gesteld aan de handel in en de opslag van oude restpartijen asbesthoudende producten. Het Productenbesluit asbest en de Regeling bouwbesluit 2003 zijn hierop van toepassing.


Regeling bouwbesluit 2003

In de Regeling bouwbesluit 2003 afdeling 2.3 is de wettelijke norm (grenswaarde) voor asbest in de binnenlucht vastgelegd. In het besluit zijn voorschriften opgenomen voor de situatie dat in een bouwwerk materialen aanwezig zijn waaruit giftige of hinderlijke stoffen vrijkomen. Deze voorschriften gelden ook voor bouwwerken van particulieren.

  • In een te bouwen bouwwerk mag het verschil tussen de concentratie asbestvezels in de buitenlucht en in de binnenlucht niet groter zijn dan 1.000 vezelequivalenten per m3 lucht.
  • In een bestaand bouwwerk mag dit verschil niet groter zijn dan 100.000 vezelequivalenten per m3 lucht.

Het gaat daarbij uitsluitend om asbest dat afkomstig is uit constructie-onderdelen en niet om asbest van andere bronnen zoals installatieonderdelen. Verder betreft het uitsluitend een norm voor de binnenlucht van voor mensen toegankelijke ruimten.

Kijk voor meer informatie in de Regeling bouwbesluit 2003 (stcrt 22 november 2002, nr. 241 - artikel 2.5 is laatst gewijzigd bij stcrt. 24 augustus 2005 nr. 163).

Productenbesluit Asbest

Het is sinds 1 juli 1993 verboden asbest in voorraad te hebben, te verhandelen, te bewerken en te verwerken. Sinds 8 maart 2005 is het in het Productenbesluit asbest (Stb 2005, nr. 6, gewijzigd op 28 juli 2006 bij besluit Stb 2006, nr. 348) in werking getreden. Hierin staat het verbod om asbest of asbesthoudende producten te vervaardigen, in Nederland in te voeren, voorhanden te hebben, aan een ander ter beschikking te stellen, toe te passen of te bewerken.

Voor bepaalde producten (grond, bagger en puingranulaat) waarvan de eigenaar heeft aangetoond dat daarin asbest niet opzettelijk is toegevoegd geldt op grond van dit besluit een restconcentratienorm. Ook wordt het bezit van bouwwerken, constructies, installaties of grond waarin asbest of asbesthoudende producten rechtmatig zijn toegepast niet verboden. Deze mogen aan een ander ter beschikking worden gesteld zoals het uitlenen, verhuren of verkopen. Dit gaat overigens niet op als een wettelijk voorschrift dit anders bepaald (bijvoorbeeld de in het vorige punt genoemde wettelijke grenswaarde voor asbest in binnenlucht). Kijk voor een volledig overzicht van het verbod en de uitzonderingen in het Productenbesluit asbest 2005.

In de Productregeling Asbest (stcrt. 25 februari 2005, nr. 40) zijn de methoden voor het bepalen van de concentratie aan asbest in producten vastgelegd.

Asbestinventarisatieplicht niet-sloopsituaties

De eerder aangekondigde verplichting tot het uitvoeren van asbestinventarisaties in niet-sloopsituaties op basis van VROM is niet door gegaan. Op 14 november 2002 is aan de Tweede Kamer bekend gemaakt dat van deze verplichting is afgezien. Lees meer informatie in deze brief. De staatssecretaris heeft met zijn brief van 15 juli 2004 (TK 2003-2004 25834 nr. 28) vragen beantwoord van kamerleden die gesteld zijn tijdens het Algemeen overleg inzake asbest over dit onderwerp.

 

Asbestincidenten

Een asbestincident is de verspreiding van restanten asbesthoudend materiaal als gevolg van brand, stormschade, vandalisme of illegale sloop. Voor het opruimen van deze resten zijn regels gesteld in het Asbestverwijderingsbesluit 2005. Dit besluit is niet van toepassing op het opruimen van zwerfasbest (afvalstort).


Asbestincidenten

Asbestbrand, stormschade, vandalisme en illegale sloop

Omdat asbest bestand is tegen zeer hoge temperaturen en sterke krachten, blijft bij een asbestbrand, storm of sloop de eigenschappen en daarmee de risico's van de asbestvezels behouden. Het asbesthoudende "bind"materiaal (zoals karton/papier, kunststof of cement) raakt vaak zeer zwaar beschadigd, verbrand of versplinterd tot kleine stukjes. Over het algemeen verspreiden deze (stukjes) asbesthoudende restanten zich in de directe omgeving van het incident.

In geval van brand verandert asbest pas boven de 1200 °C van structuur en verliezen de vezels hun gevaarlijke eigenschappen voor de mensen. Bij een brand worden deze hoge temperaturen maar zelden bereikt. Doorgaans is de temperatuur na 1 uur ongeveer 925 °C. Asbestcement zal al voor het bereiken van deze temperatuur uiteenspatten.
In de meeste gevallen gaat het om brand in of schade aan gebouwen waarin asbestcement is verwerkt, maar er zijn natuurlijk ook branden waarin spuitasbest, losse isolatielagen, asbesthoudende vloerbedekkingen enz. een rol spelen. De problemen die de diverse materialen met zich meebrengen verschillen sterk.

Het opruimen van asbesthoudende resten die als gevolg van stormschade, vandalisme en illegale sloop zijn vrijgekomen hebben in de praktijk vaak tot problemen geleidt. Het verwijderen van deze resten wordt vaak vergeleken met het opruimen van de restanten die vrijgekomen zijn bij een asbestbrand. Met de inwerking treding van het Asbestverwijderingsbesluit 2005 (staatsblad 2005, nr. 704, laatst gewijzigd staatsblad 2006 nr. 348) op 1 maart 2006 zijn aan het opruimen van asbestincidenten nieuwe wettelijke regels gesteld. Zo moet degene die asbesthoudende materialen of producten opruimt die ten gevolge van een incident zijn vrijgekomen, beschikken over een asbestinventarisatierapport (artikel 3 lid 3), en moet opruimen van de asbesthoudende restanten worden uitgevoerd door een gecertificeerde asbestverwijderaar (artikel 6 lid 1c).

Onlangs is een herziene versie van het "Plan van aanpak asbestbrand" verschenen. Deze nieuwe versie is een publicatie van de VROM-Inspectie en op dit moment alleen digitaal beschikbaar. Naast het volledige plan is ook een Informatieblad beschikbaar met daarin de hoofdlijnen uit het plan van aanpak. Het doel van het plan van aanpak is de besluitvorming rond asbestbranden te verbeteren en beoogt het plan voor alle betrokkenen duidelijk te maken hoe bij een asbestbrand opgetreden behoort te worden, wie erbij betrokken zijn en welke taak zij vervullen. In het plan wordt naast de aanpak van een asbestbrand ook ingegaan op de aanpak van de asbestverspreiding als gevolg van explosie, stormschade, vandalisme en illegale sloop.

Zwerfasbest

Onder zwerfasbest wordt verstaan asbesthoudend afval dat bijvoorbeeld door reinigingsdiensten wordt aangetroffen langs de openbare weg (gedumpt). Het verwijderen van dit zwerfafval valt niet onder de reikwijdte van het Asbestverwijderingsbesluit 2005. Hierdoor is er geen verplichting om een asbestinventarisatierapport te overleggen en is er geen verplichting een gecertificeerde asbestverwijderaar de werkzaamheden te laten uitvoeren. Voor het opruimen van dit afval zijn wel de algemene artikelen uit het Arbeidsomstandighedenbesluit en de artikelen uit de Wet milieubeheer (hoofdstuk 10) van toepassing.

Enkele losse brokstukjes asbest op een erf die in de loop der tijd zijn afgebrokkeld, bijvoorbeeld van een oud asbestdak van een schuur, kan het bevoegd gezag op basis van de Woningwet (artikel 7b) of de Wet milieubeheer (hoofdstuk 10) laten opruimen. Ook hierop zijn de voorschriften uit het Arbeidsomstandighedenbesluit van toepassing.